Wat is een goede opbouw van je e-learning?

Rinke Huisman

Een goede e-learning heeft een duidelijke kop, romp en staart. Dat klinkt misschien voor de hand liggend, maar deze conclusie komt voort uit jarenlang onderzoek naar de werking van de hersenen. Denk hier dan ook niet te licht over! Ieder onderdeel brengt zo haar eigen uitdagingen met zich mee.

Kop

Een misverstand rondom digitale tools in e-learnings is dat goede software voor goede kwaliteit zorgt. Natuurlijk helpt dit enorm mee. Maar de didactiek blijft de prioriteit en is doorslaggevend in de kwaliteit van je e-learning, net zoals bij een live training dus. 

Het kopstuk van je e-learning zorgt voor de eerste indruk. Je laat zo je gebruikers kennismaken met de e-learning omgeving. Waar zitten alle knoppen? Hoe kan ik om hulp vragen? Waar vind ik de content terug? Zonder deze basis informatie, verloopt het leren op het platform een stuk stroever.

Vervolgens introduceer je het onderwerp van de e-learning. Je wilt de content van je e-learning als het ware ergens aan ‘ophangen’, hiervoor heb je een structuur nodig. Activeer daarom de voorkennis van de gebruikers, schets de beginsituatie en manage de verwachtingen. Zo maak je de e-learning overzichtelijk en bied je je gebruikers structuur aan. Tijdens leren, en zeker online, komen er veel soorten informatie op je af. Om gemotiveerd te blijven wil je dat de gebruikers snel de weg kunnen vinden en dat ze weten waaraan ze beginnen en waarom. 

Romp

De romp van je e-learning is gericht op de inhoud. Ook hier wil je dit overbrengen in duidelijke stukken kennis. Je kan hierin dezelfde opbouw aanhouden als die van de live training of van een gebruikt boek, maar varieer wel in de contentvormen die je gebruikt. De vuistregel luidt dat de vorm past bij het doel dat je wilt bereiken. Het kiezen voor contentvormen ‘voor de leuk’ of ‘ter opvulling’ kunnen didactische missers zijn. 

Wees daarnaast niet bang voor onderdelen die maar een paar minuten duren. Beter meerdere korte stukken achter elkaar, dan onderdelen van 20 of 30 minuten, of misschien wel een uur! Less is more, zo blijkt ook uit de duo channel assumptie van Mayer (2001). Dit is een belangrijke theorie om te hanteren bij het ontwerpen van je e-learning. Deze theorie stelt dat mensen nieuwe informatie tot zich nemen via twee kanalen: verbaal/auditief (het gesproken woord) en visueel (via beeld en geschreven tekst). Deze kanalen communiceren tijdens het verwerven van informatie, al zit hier wel een limiet aan. Bij te veel informatie is er sprake van cognitive overload (overbelasting). Zo kan je bijvoorbeeld beter werken met een combi van gesproken woord & beeld, dan gesproken woord & tekst.

Herhaling is ook een sleutelwoord. Zowel het herhalen van de leerstof als het herhalen en ophelderen van de opbouw van je e-learning. Doe dit wel op een natuurlijke wijze, forceer het dus niet te veel. Het herhalen van de structuur wordt het advanced organizers model genoemd. Op subtiele wijze laat je steeds terugkomen waar de gebruiker zit in de e-learning en wat er komen gaat. Aangekomen bij een nieuw onderdeel leid je dit bijvoorbeeld op de volgende manier in: ‘In dit onderdeel gaan we verder in op….en oefen je met ....’. Sluit het vervolgens aan het eind af met: ‘Je hebt je nu verdiept in….en geoefend met ….In het volgende blok gaan we…’. 

Geef de gebruiker in de e-learning altijd de keuze om door te gaan naar het volgende onderdeel of terug te gaan naar het overzicht van alle content. Sommige leerplatforms bieden ook de mogelijkheid aan om bepaalde content ‘favoriet’ te maken, te markeren of aantekeningen bij te maken, zo kan belangrijke informatie snel teruggevonden worden. 

Denk tot slot na over welke plek ‘interactie’ krijgt in je e-learning. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat verschillende soorten van interactie zorgen voor betrokkenheid en motivatie. Zo voorkom je vroegtijdig afhaken. De bekendste voorbeelden van interactie zijn groepsopdrachten, feedback van de trainer of peer feedback, praktijkopdrachten, webinars, chat en discussiefora. 

Staart

Wanneer je een e-learning ontwerpt, begin je bij het einddoel. Hoe ziet het succes eruit? Wat moet iemand doen om daar te komen? Welke tussenstapjes en -doelen moet je daarvoor behalen? En helpt de e-learning om dit probleem op te lossen of deze ambitie te voeden? 

De staart van de e-learning wordt vaak gebruikt om alle behandelde kennis even te herhalen, het niveau van de gebruikers te bepalen en om ze ook te belonen voor hun inzet. Dit gebeurt meestal in de vorm van een (summatieve) toets en bijvoorbeeld met het toekennen van een certificaat. Het toetsen is niet alleen handig aan het einde van de e-learning. Het is ook zeer effectief om tussendoor (formatief) te toetsen en de gebruikers te laten weten waar ze staan. Dit hoeft niet heel formeel te zijn, maar kan ook via een quiz, met flashcards of een verwerkingsopdracht.

Na het afronden van de e-learning wil je natuurlijk niet dat het leren stopt. Bied daarom suggesties aan voor verdieping in het onderwerp, geef tips voor in de praktijk of verwijs door naar andere toffe e-learnings.

Ervaar onze online academy

Benieuwd wat Hubper voor jouw organisatie kan betekenen? Vraag vrijblijvend een demo aan en ontdek alle mogelijkheden van ons online leerplatform.