Hoe schrijf je een foutloze training?

Evie Schellens

Om maar met de deur in te vallen: de teksten voor je online training he-le-maal foutloos schrijven is vrijwel onmogelijk. Wel kun je je best doen om je copy na het schrijven alsnog zo goed als foutloos te maken. Door je teksten weg te leggen en later door te lezen, door ze hardop te lezen of door ze door een collega (liefst met een scherp oog en een uitstekende kennis van de Nederlandse taal) te laten lezen. Je zult zien dat je bij een tweede lezing altijd nog wel typo’s of spelfouten vindt. 

Een goed begin is ook hier het halve werk. Daarom besteden we in het eerste deel van deze blog aandacht aan spellingszaken die in de praktijk regelmatig fout gaan.  Binnenkort volgt het tweede deel. 

Los of aan elkaar

In het Nederlands worden bijna alle woorden aan elkaar geschreven. Bestaat een woord bijvoorbeeld uit een samenstelling van drie woorden, dan wordt het samengestelde woord aaneengeschreven (dit is meteen een goed voorbeeld), ook als het vrij lang oogt. In het Engels worden samengestelde woorden juist altijd los van elkaar geschreven. Omdat onze taal steeds meer Engelse woorden bevat, gaat deze spellingsregel steeds vaker fout. 

Wat, die of dat?

Als je verwijst naar een concreet woord, gebruik je die of dat. Bijvoorbeeld ‘Dit is de afbeelding die je hebt gekozen’. Als je verwijst naar iets onbepaalds, bijvoorbeeld 'iets' of 'alles', gebruik je wat. Bijvoorbeeld: ‘Alles wat in de module staat, kan terugkomen in de toets.’ 

Een zelfstandig naamwoord wordt aangeduid met ‘de’ als het mannelijk of vrouwelijk is en met ‘het’ als het onzijdig is. Je verwijst naar ‘het’-woorden met ‘dat’ en naar ‘de’-woorden èn meervoudsvormen met ‘die’.

Bijvoorbeeld:

  • De collega die daar zit, houdt niet van leren.
  • Het meisje dat solliciteerde op de functie, werd aangenomen.
  • De genodigden die te laat waren voor de certificaatuitreiking, moesten even wachten voor de ze ruimte binnen konden gaan.

Bovenstaande vervoegingen lijken wellicht logisch, maar een foute zin als ‘Het jongetje die daar loopt…’ komt vaker voor dan je denkt.

Kommagebruik

Er zijn geen vaste regels te geven voor het gebruik van komma’s. Wanneer op welke plaats komma’s gebruikt moeten worden, hangt af van het zinsverband. Er zijn echter wel enkele algemene uitgangspunten. Het belangrijkste is dat een komma de lezer moet helpen om de tekst te begrijpen. Een komma last een korte pauze in een zin in. Twijfel je over het gebruik van een komma, lees een zin dan hardop (of in jezelf). Hoor je een duidelijke pauze in de zin? Plaats daar dan een komma. Hoe langer een zin is, hoe groter de kans dat je een komma wilt plaatsen om een ‘rustpunt’ in de zin te creëren. 

Als of dan?

‘Dan’ gebruik je na een vergrotende trap: moeilijker dan, groter dan, langer dan. Je gebruikt het ook na ander, andere of anders: Hij heeft een ander levensverhaal dan ik had gedacht.

‘Als’ gebruik je bij vergelijkingen met (net) zo en even:

  • Deze training is net zo goed als de microtraining die ik vorige maand volgde. 
  • Deze instructievideo is twee keer zo lang als de video uit module 2. 

Mij of ik?

De zin ‘Hij is slimmer dan mij’ is niet goed. Als/dan is hier goed gebruikt, maar mij/ik niet. Een handige controle om te weten of je mij/ik goed gebruikt, is om de zin langer te maken: ‘Hij is slimmer dan ik ben.’ Zo weet je dat het in deze zin ‘ik’ moet zijn. Hetzelfde geldt voor jij/jou, wij/ons en zij/hen.

Wordt lid of word lid

Bij de ‘gebiedende wijs’ in zinnen als ‘word lid’ of ‘houd de tijd bij’, gebruik je geen ‘t’. Dit wordt duidelijk als je het werkwoord vervangt door een woord dat niet eindigt op een d. Want dan klinkt een ‘t’ op het eind ineens heel vreemd: ‘brengt een woordenboek mee’ of ‘volgt de looproute’. Uitzondering op deze regel zijn oude uitdrukkingen als ‘komt dat zien’ of ‘bezint eer ge begint’.

Zinnen die wel een beetje lijken op gebiedende wijs, maar dat niet zijn, kunnen wel eindigen op een ‘t’. Het onderwerp is dan altijd ‘U’: ‘gaat u zitten’ of ‘wordt u alstublieft lid’.

Wordt je of word je

‘Als het is gelukt, word je woensdag door de opleider gebeld.’ Als je zegt ‘je wordt’, dan gebruik je ‘dt’. Draai je de woorden om, dan verdwijnt de ‘t’. Gebruik hier een ezelsbruggetje: vul in je hoofd een woord in, waarbij je de ‘t’ goed hoort, zoals ‘maken’ of ‘lopen’: ‘Als het is gelukt, maak je woensdag…’. Hoewel de zin inhoudelijk natuurlijk geen betekenis heeft, hoor je wel dat je hier geen ‘maakt’ moet invullen. Je gebruikt dus geen ‘t’, ook niet bij ‘word’.

Helaas zijn er in de Nederlandse taal uitzonderingen, waarbij je wel een ‘t’ moet gebruiken. Denk aan ‘Reclame verleidt je’ of ‘Deze training wordt je aangeboden door je werkgever’. In deze zin is ‘je’ respectievelijk lijdend of meewerkend voorwerp. Zonder al te diep op de spellingsregels in te gaan, geldt ook hier: vul het werkwoord ‘maak’ of ‘loop’ in, en je hoort of je wel of geen ‘t’ moet gebruiken.

Bepaald of bepaalt

Werkwoorden die beginnen met be-, ge-, her-, mis-, ont-, ver- worden regelmatig fout vervoegd. De juiste spelling moet je uit de context van de zin afleiden. Denk aan werkwoorden als bepalen, bedoelen, behandelen, beloven, beschouwen, besteden, bewaren, geloven, ontkennen, overtuigen, veranderen, verdelen, verdienen, verhuizen, verklaren, vertellen, verzamelen. Een werkwoord waarvan de spelling ten slotte ook heel vaak fout gaat is ‘gebeuren’.

Voorbeelden:

  • Hij bepaalt zelf wel in welke volgorde hij de online academy doorloopt.
  • Wat er moet gebeuren na een gemiste training wordt bepaald door HR.

  • Ze verandert de speech op het laatste moment nog iets.
  • Ze is best wel veranderd sinds de laatste keer dat ik haar zag.

  • Het gebeurt regelmatig dat een werknemer afhaakt bij een training.
  • Het is hem weleens gebeurd dat hij te laat kwam voor een sollicitatiegesprek.

 

Ook hier werkt weer het ezelsbruggetje met de werkwoorden ‘maken’ en ‘lopen’. Past ‘loopt’ of ‘maakt’ in de zin? Dan is het ‘gebeurt’ of ‘verandert’ of ‘bepaalt’, of een van de andere hierboven genoemde werkwoorden. Als het niet past, dan eindigt het woord met een ‘d’.

Begrote of begrootte?

Welke versie gebruik je in je tekst: Het begrote bedrag of het begrootte bedrag? Het moet zijn ‘begrote’. Het woord ‘begrote’ is in deze context vergelijkbaar met ‘grote’ of ‘idiote’ in ‘het grote bedrag’ of ‘het idiote idee’. De woorden geven hier een eigenschap aan, het zijn bijvoeglijke naamwoorden: het bedrag ís begroot, groot, idioot.

Je gebruikt ‘begrootte’ als je iets in de verleden tijd schrijft: ‘hij begrootte het bedrag op drieduizend euro’.

Hoofdlettergebruik

Hoofdletters gebruik je in twee situaties: aan het begin van een zin en bij namen.

Je gebruikt ze bij namen van personen, bedrijven, instellingen, merken, wetten, boeken, aardrijkskundige plaatsen, talen, dialecten, volkeren, feestdagen en historische gebeurtenissen. Ook afleidingen van eigennamen en eigennamen in samenstellingen schrijf je met een hoofdletter.

Namen schrijf je dus met een hoofdletter. Maar wat is nu precies een naam? Als je hierover twijfelt, dan kun je jezelf twee vragen stellen:

  • Is het de naam waarmee een persoon, instelling of bedrijf zichzelf aanduidt?
  • Is het de naam van een uniek persoon, of van een unieke instelling, periode of plaats? Met andere woorden: is er maar één van?

Als je op een van deze vragen ja kunt antwoorden, schrijf je het woord met een hoofdletter.

Afkortingen

Ook afkortingen worden met kleine letters geschreven, behalve als het om een naam gaat. Het is dus btw, cao, hbo en ANWB en VVD. Je gebruikt in deze afkortingen geen punten, omdat je de afkorting letter voor letter uitspreekt. Spreek je de hele woorden uit van de afkorting, bijvoorbeeld d.w.z.- dat wil zeggen, of m.u.v. – met uitzondering van, dan gebruik je wel een punt tussen de letters. 

Afkortingen die van oorsprong uit de Engelse taal komen, worden als ze helemaal zijn ingeburgerd in onze taal met een kleine letter geschreven. Denk aan cd, dvd, sms, dna, ict.


Kortom, taalfoutjes worden vaker gemaakt dan je denkt. Lees je teksten dus later nog een keer door en laat ze checken door een collega voor een  foutloze training!