Do's & don'ts van het gebruik van toetsen

Rinke Huisman

Er zijn maar weinig e-learnings zonder toetsen. Al snel ben je wel iets aan het meten. Of het nou gaat om het kennisniveau, mate van betrokkenheid, of het handelen op de werkvloer. Het geeft de ontwikkelaar én de gebruiker grip op het leerproces.

 

Inzetten van toetsen

Er zijn grofweg twee soorten toetsen te onderscheiden. De summatieve toetsen en de formatieve toetsen. Summatieve toetsen gebruik je om het niveau in kaart te brengen met daaraan een oordeel gekoppeld: geslaagd, voldoende, een 8. Dit kan als afronding van een training gelden, maar ook als selectiecriteria om aan een training te mogen starten, óf als een voorwaarde voor een bepaald (klassikaal) gedeelte in de training. De formatieve toetsen hebben een informeel karakter. Deze worden ingezet om meer inzicht in het leerproces te geven. Zowel docenten als gebruikers leren hier van de feedback die wordt gegeven. Je kunt formatieve toetsen als opwarmertje aanbieden aan toekomstig belangstellenden: ‘Wat weet jij al van onderwerp X? Doe hier de online toets en meet je kennis!’, als tussentijds meetmoment of als handig instrument om de stof te leren. 

Soorten toetsen

De klassieke toetsvorm in e-learnings is de meerkeuzetoets, van luchtige quizzen tot officiële examens. Vaak effectief als je door middel van vraag en antwoord specifieke kennis wilt toetsen. Daarnaast zijn er ook alternatieve toetsmethodes om vooruitgang te meten die meer gericht zijn op vaardigheden en ook nog heel goed online werken. Denk aan simulaties, problemen oplossen in casestudies, forums en discussies, groepsprojecten, mondelinge toetsen (video, audio, pitch), inleveropdrachten van een product (een reflectieverslag, portfolio, (foto van) ontwerp, uitwerking etc.)  

 

Voorwaarden van een goede toets

Of je een toets nou formatief of summatief gebruikt, de toets moet betekenisvol zijn. Zowel docent als gebruiker willen ervaren dat ze er iets aan hebben. Er zijn drie dingen waar je op moet letten. 

  1. Is de toets valide? Meet de toets daadwerkelijk het leerdoel of de leeruitkomst? Of meet het wat anders? Dit gaat zowel over de inhoud als het type toets. Is het bijvoorbeeld belangrijk dat een gebruiker kennis kan toepassen in verschillende situaties, dan heb je misschien meer aan open vragen dan aan meerkeuze vragen. De Piramide van Miller (1990) kan helpen om je toetsvragen goed in te zetten.

  2. Is de toets betrouwbaar? Meet de toets consistent? Zou een gebruiker een tweede keer (ongeveer) hetzelfde cijfer hebben? En welke invloed heeft toetsslimheid?  (daarover zo meer) Heeft iedereen evenveel kans van slagen? 
  3. Is de toets transparant? Is het vooraf duidelijk voor de gebruiker wat de toets gaat meten en hoe dat bereikt kan worden?

Ontwikkelen van de toets

Gebruik bij het ontwikkelen van de toets bovenstaande criteria: de toets moet valide, betrouwbaar en transparant zijn. 

 

In de meest voorkomende toetsen met meerkeuzevragen, komt nog een ander fenomeen kijken waar je rekening mee moet houden: toetsslimheid, ook wel testwiseness genoemd. Millman (1965) definieert testwiseness als de mogelijkheid die iemand heeft om de kenmerken van een toets en/of de situatie waarin de toets wordt afgenomen te gebruiken en zo een hogere score te halen. Los van de inhoud kan de gebruiker dus het antwoord afleiden uit bepaalde patronen van het toetsformat. Bijvoorbeeld, als het goede antwoord al vier keer op A is gevallen, dan zal het de vijfde keer toch eerder antwoord B zijn.

Een handig tip is om de antwoorden op alfabetische of chronologische volgorde te plaatsen. Zo heb je zelf geen invloed meer op de plek van het goede antwoord en verkleint dit dus het risico op patronen die gebruikers kunnen doorzien. En in gevallen van antwoordzinnen, zorg je voor voldoende nuancering (in alle antwoordopties) en let je erop dat de antwoorden ongeveer even lang zijn. Anders pikt de oplettende gebruiker het goede antwoord er zo uit. Tot slot is een veelvoorkomende fout dat het goede antwoord van vraag 3, later in vraag 7 weggegeven wordt. 

 

In de gevallen van ‘test zelf je kennis’ is het gokken van antwoorden overigens niet zo verkeerd, er bestaat ook zoiets als ‘de educated guess’. Bovendien zien gebruikers daardoor alsnog of ze het antwoord goed hebben en lezen ze misschien ook nog de feedback erbij. En voila, toch nog wat geleerd! Bij summatieve toetsen die beoordeeld worden met een cijfer, of wel of geen certificering als gevolg hebben, wil je dit wel voorkomen. 

 

Binnen de Hubper Academy zijn er verschillende features die je helpen om een goed toetsformat te ontwikkelen. Zo kun je ervoor kiezen om een examen, een meetmoment, of een inleveropdracht aan je e-learning toe te voegen. Uiteraard met allerlei verschillende vraagtypes, waarvan jij nu weet wat de do’s en don’ts zijn! 

Ervaar onze online academy

Benieuwd wat Hubper voor jouw organisatie kan betekenen? Vraag vrijblijvend een demo aan en ontdek alle mogelijkheden van ons online leerplatform.